Collectieve kwaliteitsmodel (inkoop op kwaliteit tegen redelijke prijzen)

Contact No comments

Inleiding:

Nieuws: een consultant wordt aangesproken op de lage prijzen die hij voor zijn opdrachtgevers in de markt neerlegt. 

(http://www.ggz-connect.nl/bericht/2184/tarieven-wmo-jeugd-en-onderzoek-kpmg-plexus)

Nieuws: de zogenoemde prijsveilingen: degene die de laagste prijs biedt krijgt gegund.

Allemaal berichten die de korte termijn de markt en de visie van mensen bepalen in deze huidige turbulente tijd.

Ik kan u nu al meegeven dat mijn ervaring als inkoper is: het is allemaal al geprobeerd en het beoogde resultaat gaat uiteindelijk ten koste van goede kwalitatieve of kwantitatieve zorg voor de klant. Een korte termijn visie voor een traject wat op de lange termijn op moet leveren bestaat absoluut niet.U als gemeente zult een professioneel spel van vraag en aanbod moeten gaan spelen binnen afgesproken kaders en spelregels.

Mijn visie:

  • Ik geloof dan ook in collectieve kwaliteitsinkoop/ prestatiemanagment en professioneel contractmanagement om op de lange termijn de resultaten te halen die men beoogt en niet de korte slagen die anderen pogen te halen.
  • Ik geloof in het anders organiseren van zorg maar ook van de inkoop. Dat kan met vernieuwende inkoopmodellen.
  • Ik geloof in modellen die lef vragen van wethouder en beleid om hiervoor te kiezen. Alleen dan krijg je de verandering.

In dit blog ga ik in op Collectieve kwaliteitsinkoop.

Wat houdt collectieve kwaliteitsinkoop in: Het is een vertaling van het Zweedse model naar de Nederlandse praktijk!!! en dit is de basis, voor alle gemeenten geldt altijd dat je moet kijken naar de praktijk van die gemeente.

  1. Het model gaat uit van Concurrentie tussen aanbieders o.b.v. transparant meetbare kwaliteit, niet op prijsHet Uurtarief is vastgesteld door de gemeente in overleg met aanbieders. Het tarief Is bovendien in elke gemeente hetzelfde. HiermeAfwezigheid van prijsconcurrentie stimuleert aanbieders om kwaliteit hoog te houden, de (vraag van de) cliënt echt centraal te stellen en de kosten/overhead laag te houden. Het uitschakelen van prijsconcurrentie voorkomt uitwassen zoals na de 1e thuiszorg-aanbestedingsronde 6 jaar geleden (huishoudelijke hulp).
  2. Kunstmatige verschil tussen 1ste en 2de lijn wordt daar niet gemaakt. Gemeenten zijn daar geïnteresseerd in het oplossen van problemen, ongeacht wie dat doet. Hierin wordt samenwerking met zorgverzekeraars cruciaal.
  3. Geld (budget) volgt de cliënt. Alles begint bij wat de cliënt zelf kan; eigen kracht maw. Mocht er professionele hulp nodig zijn, dan is keuzevrijheid van de cliënt bepalend voor de zorg die men afneemt. De klant  kiest samen met de lokale toegangspoort de zorgaanbieder. Ambtenaren adviseren en bepalen samen met klant welke zorg nodig is en geven de keuze op basis van ervaring,  maar maken de keuze niet voor de klant.  De gemeente stelt de zorgvraag vast, geeft een ” voucher”  aan de cliënt en die kan kiezen uit beschikbare hulpverleners, die met de voucher bij de gemeente het ondersteuningstraject, waarmee men wordt belast, kan declareren.
  4. Totaalbudget is per gemeente gemaximeerd.  Zijn er in een zeker jaar meer cliënten dan tevoren begroot, dan worden deze binnen hetzelfde budget opgepakt. Aanbieders hebben de contractuele verplichting om daarvoor tijd vrij te spelen in de overige trajecten.
  5. Kwaliteit wordt “appels met appels” gemeten a.d.h.v. een jaarlijks onafhankelijk cliënttevredenheidsonderzoek. Dit onderzoek gebeurt onder alle cliënten in die gemeente en in opdracht van die gemeente en 2) o.b.v. meetinstrumenten vergelijkbaar met onze Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) en Routine Outcome Monitoring (ROM). Daarnaast is de beste kwaliteitscheck daar de mogelijkheid voor burgers om een andere aanbieder te kiezen als men geen voortgang maakt of anderszins niet tevreden is (zie ook volgende punt).
  6. High trust, high penalty: bij onvoldoende kwaliteit (lage tevredenheid, veel klachten, etc) kan een aanbieder snel afgesloten worden van financiering. Cliënten worden direct overgedragen aan andere aanbieders. Dit stimuleert aanbieders om kwaliteit hoog te houden. Client mag sowieso besluiten over te stappen, maar mag niet gaan ‘shoppen’(aantal keren overstappen is gemaximeerd).
  7. Sterke inzet van vrijwilligers en mantelzorgers. Informele zorg waar het kan, formele zorg waar het moet. De gemeente regelt de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers. Bij de uitgifte van de “voucher” wordt met hun inzet rekening gehouden. De “voucher” heeft dus alleen betrekking op het aandeel professionele zorg.
  8. Gemeente treedt  echt op als regisseur (van het systeem). Het adagium “1 gezin, 1 plan” is standaard. De zorg is  gevolg raakt daardoor veel minder gefragmenteerd. De gemeente is regisseur van het systeem; de cliënt van zijn / haar eigen traject.
  9. Gemeenten grijpen niet in in de markt van aanbieders. Elke aanbieder die voldoet aan de regelgeving (kwaliteitscriteria) mag zich op de gemeentelijke markt begeven. Ook als dat zzp’ers zijn. Als een aanbieder door de cliënt wordt gevraagd / aangewezen te ondersteunen, is betreffende aanbieder verplicht alle zorg te leveren die nodig is (lees: waarvoor de “voucher” is verstrekt door de gemeente). Als de  aanbieder een deel van de zorg niet in eigen huis heeft, huurt hij deze in, maar blijft zelf verantwoordelijk voor het integrale aanbod. Gemeenten krijgen hiermee een heel zuivere rol en gaan niet ingrijpen in marktverhoudingen. Die gaan zich vanzelf nestelen.
  10. De lokale toegangspoort of het Wijkteam in al dan niet decentrale loketten (per gemeente verschillend) georganiseerd, voert de ‘keukentafelgesprekken’. Dit intaketeam bepaalt of de burger in aanmerking komt voor ondersteuning. Aan CIZ-achtige indicaties wordt daar niet gedaan.
  11. Het hebben van Wachtlijsten zijn verboden. Dit wordt contractueel vastgelegdBij te weinig capaciteit wordt geschoven in de lengte en intensiviteit van bestaande trajecten.
  12. Innovatie en samenwerking worden geborgd door concurrentie tussen zorgaanbieders, die van de gemeente(n) ruimte, perspectief en vertrouwen krijgen. Er zijn duidelijke kaders waaraan aanbieders moeten voldoen. Samenwerking komt vanzelf tot stand, omdat aanbieders die door de cliënt (of diens steunstructuur) worden uitverkoren ,  het integrale ondersteuningspakket moeten verzorgen. Heeft men dat ondersteuningspakket niet in eigen huis, dan huurt men dat in bij de concullega’s  Altijd in goed overleg met de contactpersoon van het wijkteam.
  13. Geen (jaarlijkse) aanbestedingen. Een zorgaanbieder krijgt (bij toelating) een soort van concessie om 4-7 jaar lang zorg te kunnen bieden zonder nieuwe aanbesteding.Wel richt je je contractmanagement professioneel in en hebben gemeenten een goede monitoring.
  14. De aanbesteding is kort, weinig bureaucratisch en zonder uitgebreide papierwinkel. De Europese aanbestedingsregels maken dit mogelijk. Geen enkele zorgaanbieder, die aan kwaliteitseisen voldoet, wordt uitgesloten. Ook kleine zorgaanbieders krijgen kansen.

Al met al een model dat het onderzoeken en uitrollen waard is voor gemeenten(niet nieuw, wel nieuw voor de zorg, je moet wel de kern begrijpen en ondersteunen).

In mijn beleving is dit model ook met minimale indicatoren al in te richten:

  1. tevredenheid klant,
  2. tevredenheid wijkteam over aanbieder!

Veel succes

 

Sander Otto

De inkooppraktijk (juni 2006)

About Sander Otto

Add your comment